Ik was een tikkende tijdbom die elk moment kon ontploffen

Het was een vroege ochtend in februari. Ik werd wakker van mijn stomme iPhone wekker die afging. Hup, meteen op de snooze button gedrukt. Kon ik maar verder dromen en nooit meer wakker worden, dacht ik toen. Voor een lange tijd lag ik in bed en staarde naar het plafond. Zo zagen mijn ochtenden meestal eruit. Ik moest mezelf mentaal voorbereiden om uit bed te komen, mezelf aan te kleden, tanden te poetsen en een crackertje naarbinnen werken, terwijl ik geen enkele trek had.

Met veel moeite en tegenzin, kwam ik uit bed. Een andere verleidelijke gedachte schoot te binnen: zou ik misschien aan mijn stagebegeleider kunnen vragen of ik thuis zou kunnen werken? Dat zou fijn zijn, dan hoef ik al die nieuwe collega's niet te zien en hoef ik mezelf niet te forceren om te glimlachen. Nee, je moet naar stage gaan en niet zo zeuren om niks, zei een ander stemmetje. Ik was zo in gedachten verzonken in mezelf, dat ik de tijd uit het oog verloor. Oh nee toch, nu kom ik alweer te laat. 

Eenmaal in de tram, puffend van het rennen, keek ik om me heen. Ik kreeg het benauwd toen ik zag hoeveel mensen in de tram stonden. Oh haal me hier weg, ik kan dit niet aan. Ik wil weer terug naar huis. Ik overwoog toen serieus om naar huis te gaan en weer in bed te liggen. Maar ik beet door, zoals ik altijd al deed en nog steeds doe. 

Ik voelde me zo leeg toen. Ik kan het niet echt beschrijven die leegte, maar ik voelde me zo alleen en eenzaam, ook al was ik omringd door zoveel mensen. Ik voelde me tegelijkertijd zo overprikkeld door van alles om me heen. Mijn brein kon het gewoon niet bijbenen en al die prikkels en informatie verwerken. Het was een chaos in mijn hoofd. Er schoten zoveel gedachtes door mijn hoofd heen. Ik had geen focus meer op de dingen om me heen. 

Eenmaal op stage aangekomen, moest ik me nogmaals mentaal voorbereiden op iets dat eigenlijk niet eng zou moeten zijn, maar voor mij was het wel. Ik stond in een volle lift, op naar de zoveelste verdieping in dit mega groot gebouw vol met mensen die heel formeel en professioneel gekleed zijn. Ik vroeg mezelf af hoelang ik dit nog kon volhouden, want 5 maanden stage zou ik niet kunnen verdragen. Ik zat pas in mijn tweede week van mijn stageperiode. Hoe moet ik dit nu doen? 

Die dag was een werkdag waar ik geen begeleiding kreeg op de locatie. Mijn stagebegeleider werkte toen vanuit huis. Ik was zo ontzettend jaloers op mijn begeleider. Waarom moet ik nou naar het kantoor gaan, terwijl ik ook net zo goed thuis kon werken? Het was een open werkvloer en ik voelde me nog niet welkom daar. Als stagiaire moet je jezelf vaak bewijzen aan andere collega's, en laten zien dat je er ook bent. Maar ik was nooit zo'n type geweest die in de spotlight wilde zijn. Ik was een onzeker type die taken snel wilde oppikken en begrijpen, en gefrustreerd of onzeker raakte als ik het niet kon. Een typische introvert ben ik. 

Alleen.. die ochtend was anders dan alle andere ochtenden. Ik merkte al aan mijn onderbuikgevoel dat ik elk moment in tranen kon uitbarsten en daar waar iedereen bij was mezelf voor schut zou zetten. Ik kon het gewoon niet meer aan, maar ik wist niet goed waardoor dit kwam. Het gevoel van hopeloosheid en niet wetend wat er mis was met me, maakte me angstig. Waarom voelde ik me zo rot en leeg en somber? Er was geen moment, dat ik mezelf niet afvroeg of ik die werkdag wel zou kunnen afmaken die dag. 

Ik keek naar mijn beeldscherm van mijn computer, maar ik zag niks. Ik hoorde vaag geklets van collega's om mij heen, maar hoorde niet wat ze zeiden. Ik probeerde zo erg mijn best om te concentreren op mijn taken van die dag, maar er kwam niks uit mij. Het was alsof ik uit het niets een black-out kreeg en niet eens wist wat ik daar deed. Voor mijn gevoel leek het alsof ik urenlang naar mijn beeldscherm keek en niks deed. Op een gegeven moment zei ik tegen mezelf dat ik mijn begeleider moest gaan appen, om te vragen of ik naar huis mocht, want ik trok het niet meer. Als ik daar nog 1 minuut langer zou zitten, dan zou ik in tranen uitbarsten als een klein kind. 

Ik mailde mijn begeleider en zei dat ik me niet zo lekker in mijn vel zat en niet kon concentreren op kantoor en graag naar huis zou willen. Dat was niet gelogen, maar ik had last van nog heel veel meer dingen waar ik niet echt over wilde hebben met mijn begeleider. Wat zou ze van mij denken als ik tegen haar zei dat ik me constant onzeker voelde en elke ochtend mezelf mentaal moest voorbereiden voor een werkdag dat me zoveel energie kostte? Het voelde niet als leerzame stageperiode vol met mogelijkheden, maar het voelde als een verplichting, een hel, een kooi waar ik in opgesloten was en niet uit mocht. 

Ik kreeg goedkeuring en mocht naar huis. Ik stond gauw op van mijn plek, maar werd overspoeld door paniek en angst. Ik had moeite om mijn jas aan te trekken. Ik liep moeizaam naar de lift en had last met ademhalen. Eenmaal uit het gebouw en buiten te zijn, rolde de tranen al van mijn wangen. Waarom moest ik nou huilen? Hou eens op, stommerd. Je mag pas huilen als je thuis bent, waar niemand je ziet, zei een stem in mijn hoofd. Maar ik kon de tranen niet stoppen. En voordat ik het wist, zat ik middenin een paniekaanval. Het voelde alsof ik stikte en geen lucht meer kreeg. Het voelde alsof ik dood zou gaan. Ik was overtuigd dat ik daar op straat dood zou gaan. Maar het was me gelukt om de tram te pakken en naar huis te gaan. Ik zat huilend in de tram, en wist niet goed wat ik verder moest doen. Ik voelde me radeloos. 

Sindsdien kan ik die dag nooit meer uit mijn geheugen wissen, want dat was de dag dat ik een mental breakdown kreeg uit het niets. Ik was een tikkende tijdbom die elk moment kon ontploffen, en dat was ook het geval. Ik ontplofte toen en ik kon het niet meer tegenhouden. Mijn leven ziet er nu heel anders uit, sinds die dag. De huisarts vermoedde een depressie en verwees me door naar de GGZ. Ik kreeg een ernstige depressie als diagnose van de psycholoog. Ik ben een halfjaar in behandeling geweest voor cognitieve gedragstherapie. Voor een tijd heeft het me geholpen, en ik ben blij dat ik zoveel hulp heb gekregen en eindelijk weet wat er 'mis' is met me. Er is niks mis met me, ik heb alleen een depressieve stoornis. Depressie definieert mij niet als persoon. Dat heb ik nu wel gerealiseerd na mijn therapie.

Ik ben nog niet klaar met mijn weg naar herstel. Het is nog een lange weg te gaan, maar ik kan mijn pad langzaam vervolgen door al de hulp, support en liefde die ik krijg van mijn familie en vrienden en mensen om mij heen. Ik ben ze allemaal voor eeuwig dankbaar. Zonder hen, zou ik niet weten waar ik dan terecht was gekomen in die negatieve spiraal van gedachtes en gevoelens. Het is goed om met iemand te praten over je gevoelens en de donkere gedachtes die jarenlang in je hoofd rondspoken. Het lucht op. Terugkijkend, ben ik blij dat ik maanden geleden ontplofte en een breakdown kreeg. Anders zou ik nu nog steeds rondlopen met die rot gevoelens en gedachtes, zonder hulp of iemand waarbij ik terecht kan. wink 

Ps. Voor mensen die wellicht van 'poetry' houden, ik schrijf soms mijn gevoelens en gedachtes op in korte 'poems'. Bij interesse mijn insta account: ( Yv_poetry ). Ik schrijf laatste tijd amper meer, maar misschien dat men iets herkenbaars terugvind in mijn woorden. :)

Connect App

Yuki maakt gebruik van de Connect app.

Meld je direct aan om contact op te nemen
Meer ervaringsverhalen