Ik was altijd al een onzeker meisje

Ik was altijd al een onzeker meisje. Zover als dat ik mij kan herinneren ben ik nooit tevreden geweest over wie ik ben, hoe ik eruit zie, met wie ik omging, hoe mijn schoolprestaties gingen etc etc. Ik had een ideaalbeeld in mijn hoofd, zó ideaal dat ik hem nooit kon halen en ik me daardoor een loser voelde. Constant. Een helse relatiebreuk en een switch van de pil naar een spiraaltje zorgde er snel voor dat ik afviel. Zo’n 8 kilo. Ik kreeg veel complimentjes “jeetje! Wat ben jij afgevallen. Goed hoor!” Goed hoor? Ik deed er niks aan. Ik ben letterlijk liever lui dan moe en een sportschool zag ik in die tijd niet van de binnenkant. Toch deed die aandacht mij veel en ik had eindelijk het gevoel dat ik iets kon bereiken, ik was namelijk slank. En ik kwam qua lichaamsbeleving nu in de buurt van wat ik altijd in m’n hoofd had. Maar toen begon de strijd: ik hou van eten, maar dat gaat niet in combinatie met afvallen. Want ik wilde meer afvallen. Ik begon ‘slechte’ dingen te eten (lees: wat iedereen wel eens weg eet op een zaterdagavond), raakte vervolgens in paniek en kort daarna zorgde ik ervoor dat het er weer uit was. De dag daarna ging ik compenseren, at ik 1400 kcal op een dag. Dit hield ik misschien drie/vier dagen vol en daarna begonnen de uitbuien weer. En zo het cirkeltje rond. Daarbij voelde ik me zo klote, die continue strijd in mijn hoofd (wel/niet eten), het calorieën tellen, het compenseren, het braken, het wegen van mijn voedsel, alle verboden producten, eetafspraakjes afzeggen, ik kon het niet meer handelen. En ik moest uiteindelijk aan mezelf toegeven dat dit geen leven is, maar dat ik het niet meer alleen kon om er vanaf te komen.

Ik had ouders die zich onwijs zorgen over mij maakte. Mijn vader noemde me in plaats van ‘bolle’, ‘botje’. Iedere keer als ik thuis kwam vroegen ze me of ik wel goed at en of ik zeker wist dat ik geen eetprobleem had. Zij zagen ook wel hoe ik met eten om ging: gestoord. Dit heb ik een tijdje kunnen volhouden dat het niet zo was. Uiteindelijk heb ik alles bij mn moeder opgebiecht, omdat ik niet meer kon. Op de website van de kliniek waar ik in behandeling ben, staat een lijstje: wanneer heb ik een eetstoornis? Van de ongeveer 27 punten, had ik er met 22 te maken. Dat was dus wel duidelijk. Mn moeder was er echt door geraakt, ze wist het ergens wel. We hebben mij aangemeld. Daarna heb ik het ook m’n vriendinnen verteld. Stuk voor stuk is iedereen super betrokken. Ik ben nu een jaar in behandeling, heb echt stappen gemaakt.

Wat ik met mijn verhaaltje duidelijk wil maken is: ik heb geen zware jeugd gehad, mijn ouders leven allebei nog/zijn nog bij elkaar, ik zit niet zonder vrienden, ik ben niet gepest, heb geen traumatische gebeurtenissen meegemaakt, maar toch is dit een manier geweest voor mij om met mn onzekerheid om te gaan. Het is een mechanisme, ik had net zo goed een angst of dwang-stoornis kunnen hebben. Ik had een middel nodig om controle te houden over mijn leven, want door controle te houden over mijn eten voelde dat écht zo. Het was ook een middel om trots op mezelf te kunnen zijn als er weer een kilo van de weegschaal was. Ik zou alleen maar willen zeggen als je dit voelt: zoek alsjeblieft hulp! De vrijheid die ik nu meer voel is mij zo verschrikkelijk veel waard. De stap naar het zoeken van hulp is lastig, ontzettend lastig! Maar trots zijn omdat je die dag maar twee boterhammen hebt gegeten (á misschien 300 kcal) is niet goed. Het is niet stoer. Het is niet gezond! Iedere persoon is mooi op zijn of haar manier en dus iets om trots op te zijn! Ik ben er nog niet helemaal, maar ik probeer dit gewoon zoveel mogelijk te herhalen. En uiteindelijk, komt het allemaal écht goed! :-) 

Meer ervaringsverhalen