Terug naar homepagina van bijzondere ervaringen

Dissociatie bij traumatische ervaringen

Mensen die in hun kindertijd langdurig blootgestaan hebben aan misbruik, mishandeling of verwaarlozing hebben als volwassene vaak meer last van dissociatie dan anderen. Zij kunnen in hun dagelijks leven last hebben van plotselinge dissociatie. Bijvoorbeeld dat het lijkt alsof je jezelf van een afstand bekijkt, of delen van de dag niet meer kunt herinneren. Vaak gebeurt dit in een situatie waarbij erg veel emotie ervaren wordt, bijvoorbeeld bij paniek. Vaak is dat dan in situaties die in het verleden geassocieerd waren met bedreiging.  

Hoe reageert je lichaam als je je angstig of bedreigd voelt?

In een bedreigende situatie gebeurt er automatisch van alles in je lichaam dat je helpt om in actie te komen om te overleven. Je zintuigen staan ineens op scherp, je hartslag gaat omhoog, je ademhaling versnelt zich, je spieren spannen zich aan en je ervaart heel veel emotie (angst). Deze automatische processen zijn er om schade te voorkomen door te vluchten uit de situatie en als dat niet mogelijk is om te vechten. Er is dan extreem veel activiteit in je lichaam en geest. Dit wordt ook wel hyperarousal genoemd.  

Hoe reageert je lichaam als je je niet meer kunt verweren?

Maar als de bedreiging niet vermindert en vluchten en vechten niet werkt, kan er juist een toestand van verlaagd bewustzijn optreden in ons lichaam. Volledige overgave is in bepaalde omstandigheden het beste wat je kan doen en ons lichaam helpt ons dan een handje. De hartslag vertraagt plotseling, de spierspanning zakt weg, je voelt geen pijn meer en je ervaart juist heel weinig emotie. Deze automatische processen helpen de emotionele en lichamelijke schade beperken. Je spaart hierdoor namelijk je krachten waardoor je kans om die bedreigende situatie te overleven toeneemt. Er is dan extreem weinig activiteit in je lichaam en geest. Dit wordt ook wel hypoarousal genoemd.  

Dit is ook wat er tijdens dissociatie in je lichaam gebeurt. Als je traumatische omstandigheden overleefd hebt, heeft je lichaam daar namelijk van geleerd. De herinnering aan die bedreiging en situaties die op één of andere wijze doen denken aan wat er is gebeurd, geven dan vaak automatisch en razendsnel de lichamelijke reacties die toen hielpen te overleven. 

Wat kun je eraan doen?

Veel mensen schrikken van het gevoel van dissociatie en zijn bang om ‘gek’ te worden. Misschien ben je bang om te verdwijnen of de controle te verliezen. Belangrijk is te beseffen dat dissociatie een vrij onschuldig en normaal fenomeen is dat jou waarschijnlijk in het verleden geholpen heeft te overleven en dat het altijd vanzelf weer overgaat. Maar bij sommige mensen verstoort het toch veel.  

Wat direct helpt als je gedissocieerd bent is iets actiefs doen of het prikkelen van je zintuigen. Bijvoorbeeld door kleuren te benoemen (zien), bewust te luisteren naar geluiden (horen), iets zuurs te eten (proeven), parfum te spuiten (geur) of ijskoud water over je polsen laten stromen (voelen). Als je in psychologische behandeling bent praat er dan over met je therapeut. Die kan je helpen uitvinden wat jou helpt grip te krijgen op de dissociaties. Daarnaast kan psychologische behandeling gericht op verwerking van traumatische ervaringen je helpen om je dissociatieve klachten te verminderen of te laten verdwijnen.

Meer hulp nodig bij dissociatie?

Meer informatie

Leestip: ‘Verlamd van angst’ (2017) van Professor Agnes van Minnen.

EDI-teams

Deze teams zijn specialist in bijzondere ervaringen. Je kunt contact zoeken. Bijvoorbeeld voor hulp of een assessment (beoordeling van je bijzondere ervaringen).

Waarvoor kun je terecht bij een EDI-team?

EDI staat voor ‘Early Detection and Intervention’. Deze teams vallen onder de GGZ, en er werken speciaal opgeleide psychologen.

Je kunt een eenmalige afspraak maken om te praten over jouw bijzondere ervaringen. Indien nodig en gewenst, kun je ook behandeling krijgen. Dit vermindert stress en zorgen, of het voorkomt dat jouw nare belevingen erger worden. Je kunt naar een Bijzondere Ervaringen (EDI) team verwezen worden door een huisarts, maar je kunt vaak zelf ook even bellen om te horen hoe het daar werkt.

Als je belt is er kans dat je het secretariaat van een bredere afdeling aan de telefoon krijgt. Maak dan duidelijk dat je iemand wil spreken van het EDI-team (of ‘vroegdetectie’ of ‘vroegsignalering’).